Elio Di Rupo: “Ik ben homo, et alors?”

Elio Di Rupo maakt zich op om eerste minister van het Koninkrijk België te worden. Hij zal de eerste premier van dit land zijn die openlijk homoseksueel is. Zijn coming-out was echter alles behalve gepland. Hij werd beschuldigd van misbruik door mythomaan Olivier Trusgnach. En dan vroeg RTL hem: “Naar het schijnt bent u homoseksueel?”. “Et alors” – “En dan?”, antwoordde De Rupo op zijn Mitterands.

“Jongeren van veertien, vijftien of zestien jaar die ontdekken dat ze aangetrokken worden door mensen van hetzelfde geslacht ervaren dat vaak als traumatiserend. Sommigen kunnen daar makkelijk mee om, anderen helemaal niet. Ook ouders zijn er niet altijd op voorbereid. Het beeld dat die ouders hebben van homoseksuelen beperkt zich op dat moment doorgaans tot travestieten of ‘nichten’, en zij realiseren zich niet dat in die uitingen vaak veel provocatie schuilt. (…) Het is erg verwarrend als je merkt dat je je aangetrokken voelt tot iemand van dezelfde sekse, je weet immers niet waarom dat zo is. Je voelt echter wel dat die geaardheid niet spoort met de algemene regel. Als je erin slaagt dat stadium te overstijgen en je je erin verdiept, zoals ik, merk je dat de mens van in het prilste begin van de beschaving alle vormen van liefde heeft beoefend.”

‘Ik ben homo. Et alors?’, Francis Van de Woestyne, De Standaard, 30.11.2011

Elio Di Rupo over zijn dieptepunt: de affaire-Trusgnach

‘Ik heb in mijn leven heel wat jonge mensen gekend, maar elk van hen reed al met de auto. Nooit heb ik een relatie gehad met een minderjarige’

Binnenkort is Elio Di Rupo onze premier, maar precies vijftien jaar geleden leek het er even op dat zijn politieke carrière ten einde was. Een fantast, Olivier Trusgnach, beweerde dat hij als minderjarige een relatie heeft gehad met de PS-vicepremier. De Wetstraat daverde op haar grondvesten. In een interviewboek dat eind deze week verschijnt, kijkt Di Rupo terug op die zwarte dagen. Een voorpublicatie.

‘Vrijdag, 15 november 1996. Toen ik thuiskwam van een vergadering, zag ik dat de eerste minister, Jean-Luc Dehaene, heel wat berichten had achtergelaten op mijn antwoordapparaat. Dehaene gebood me om ogenblikkelijk naar zijn huis in Vilvoorde te komen. Hij deelde mee dat er de volgende ochtend in De Standaard en Het Nieuwsblad een artikel zou verschijnen over een hoogst kwalijke zaak. Het ging over een klacht van een minderjarige jongeman die een seksuele relatie met mij zou hebben gehad.’

‘Ik heb in mijn leven heel wat jonge mensen gekend, maar elk van hen reed al met de auto. Nooit heb ik een relatie gehad met een minderjarige.’

‘Dehaene was erg zenuwachtig en PS-voorzitter Philippe Busquin, die ook aanwezig was, eveneens. De eerste minister had het over een zekere Trusgnach, van wie ik nog nooit had gehoord. De enige keer dat ik hem heb ontmoet, was later in het bureau van raadsman Fischer, in het Hof van Cassatie. Hij frequenteerde misschien de plaatsen waar ik kwam, maar ik heb hem nooit echt gezien of gesproken. Dehaene liet me een lijst met namen zien: ik herkende bijna niemand. Hij riep: “Dat dit allemaal naar buiten komt, is een immens probleem. Hoe gaan we zoiets het hoofd kunnen bieden?,’

‘Op dat moment verkeerde Dehaene in twijfel.’

Had u het gevoel dat hij geloofde in uw onschuld?

‘Ik denk dat hij niet erg luisterde naar mijn argumenten. Hij concentreerde zich vooral op het ‘circus’ dat ging volgen. Busquin zag het schandaal al voor zich, versie PS. Ik stond voor twee personen die zich al een oordeel hadden gevormd voor ze alle feiten kenden. Ze concentreerden zich beiden op hun eigen verantwoordelijkheden, wat te begrijpen was.’

‘Voor mij was dat een hele schok. Ik was compleet verdoofd. Alles wat werd verteld, was volledig fout. Tegelijkertijd dacht ik ook aan het land, ik wilde geen regeringscrisis.’

‘De zeer zware discussie duurde tot ongeveer twee uur in de ochtend. Op geen enkel moment heeft Jean-Luc Dehaene me gevraagd om ontslag te nemen, maar wel om goed na te denken. Ik wilde enkele uren bedenktijd. Ik verliet de woning van Jean-Luc en Philippe volgde me met zijn wagen. Op de autoweg knipperde hij met zijn lichten. Ik stopte. Hij kwam naast mij rijden en vroeg: “Heb je goed begrepen wat Dehaene wilde zeggen?, Ik dacht na: “Ik geloof., “Hij heeft me gevraagd jou ontslag te laten nemen. We zien elkaar morgen,, onderbrak hij me.’

‘Het was ongeveer half drie ’s ochtends. Ik liep even langs bij Roger Ramaekers, mijn vriend. Hij gaf me de raad om de nodige tijd te nemen. Daarna ben ik naar mijn kabinet gereden. Ik heb een tiental personen opgebeld, mijn kabinetschef en mijn voornaamste medewerkers, om hen op de hoogte te brengen. Ook toen manifesteerden zich weer de kleine kantjes van de mens. Vijf van hen namen een eerder laffe houding aan, dat voelde ik. Vijf anderen reageerden ongelooflijk.’

‘Daarna heb ik mijn broer Franco ingelicht. Hij weigerde er ook maar iets van te geloven, hij maakte zich enorm boos. Hij vroeg me: “Heb jij jezelf iets te verwijten?, ‘Nee.’ “Wel, dan ga je je ontslag niet indienen. Het is aan hen om te bewijzen dat de klacht gefundeerd is. Jij doet niets.,’

Hebt u er ooit aan gedacht om ontslag te nemen?

‘Eerlijk gezegd wel, ja. Ik was doodmoe, sliep niet meer, voelde me ongelooflijk verward. Ik wist dat ik de confrontatie zou moeten aangaan. Tegelijkertijd wilde ik de regering niet in moeilijkheden brengen. Dus trok ik naar Philippe Busquin. Ik denk dat hij verwachtte dat ik ontslag zou nemen. Ik voelde een lichte twijfel bij hem, toen ik aankondigde dat ik er nog over wilde nadenken.’

‘Op zondag nam ik opnieuw contact op met Philippe Busquin. Ik vertelde hem dat ik geen ontslag zou nemen. Intussen waren de media en politici ontketend. Herman eiste op tv dat ik me voor een tijdje terugtrok uit het politieke leven.’

Hoe reageerden de andere politici?

‘Op dat moment was er alleen maar stilte rondom mij. ’s Namiddags werden we bestookt door de journalisten. Een redacteur van La Dernière Heure vertelde dat hij vernomen had dat men mij bij Marc Dutroux had zien buitenkomen. “Laat me met rust!,, heb ik geroepen.’

‘Op maandagochtend kwam ik aan op het PS-hoofdkwartier. Een meute Belgische en buitenlandse journalisten en cameramensen stond me op te wachten. Kathryn Brahy, toen nog journaliste bij RTL, riep naar me: “Naar het schijnt bent u homoseksueel!, Ik heb me omgedraaid en geantwoord: “Ja. Et alors?, Dat moment vergeet ik nooit meer. Enkele seconden eerder verdrongen de journalisten zich nog rond mij, na dat antwoord viel alles en iedereen stil.’

‘Het was een eerlijk antwoord, de waarheid. Het feit dat ik daar op dat moment de waarheid heb gesproken, heeft een beslissende rol gespeeld.’

‘Uiteindelijk kwam een Kamercommissie tot het besluit dat niets een opheffing van mijn parlementaire onschendbaarheid kon rechtvaardigen.’

Hoe hebt u deze affaire op menselijk vlak overleefd?

‘Al die tijd heb ik geen enkele afspraak of werkvergadering met de ministers of met het parlement gemist. Dat was niet gemakkelijk. Het moeilijkste was het menselijke aspect. Elke week kreeg ik informatie over de onderzoekers die mijn privéleven ondersteboven haalden. Toen ik nog geen appartement bezat in Brussel, bleef ik al eens slapen in het Novotel. Ook daar zijn ze navraag gaan doen of niemand had gezien dat ik kinderen meenam naar mijn kamer.’

‘Ik heb altijd gezegd dat ik niet had kunnen leven met de gedachte dat de mensen zich steeds zouden blijven afvragen zijn of ik inderdaad een pedofiel was en of ik me onwaardig of onaanvaardbaar had gedragen. Ik heb geen neiging tot zelfmoord, ik heb mezelf altijd voorgehouden dat dat de allerlaatste oplossing zou zijn. Maar wanneer mijn naam niet was gezuiverd, zou ik niet meer hebben kunnen leven.’

Had uw outing als homo invloed op uw privéleven?

‘Voor mij was die geaardheid al een deel van mijn leven. Ik zag niet in waarom ik daarover niet zou spreken. De maatschappij stond niet echt open voor die problematiek, maar door mijn rimbaudiaanse visie op vrijheid was het voor mij vanzelfsprekend om erover te praten.’

‘Ik ben altijd eerlijk geweest in de liefde. Zeker met de prachtige vrouw met wie ik lang samen ben geweest, in een bijzonder bevredigende en gelukkige relatie. Niets is immers zwart of wit. Seksueel gedrag kan variëren volgens duizend-en-één factoren.’

‘Als je homo bent, sta je meer open voor alles. Gays hebben over het algemeen een open geest, zijn tolerant en kunnen gemakkelijker relativeren, wat eerder uitzonderlijk is. Zij staan anders tegenover de samenleving. Mij heeft dat tijd gekost, veel tijd zelfs.’

Is uw houding veranderd? Komt u minder buiten dan voordien?

‘Ik ben altijd buiten gekomen. Het gaymilieu is heel vrolijk en op feesten ingesteld, ook al omdat de meesten vrijgezel zijn. Ondanks het homohuwelijk en het wettelijk samenwonen blijft het gaymilieu vooral uit vrijgezellen zoals ik bestaan. Dat belet niet dat ik veel intense relaties heb en dat ik van tijd tot tijd een glaasje ga drinken. Een geaardheid hoeft een carrière en een gewoon leven niet in de weg te staan.’

Hebt u ooit een kinderwens gehad?

‘Zo kun je dat niet formuleren. Toen ik samenwoonde met Martine kwam dat ter sprake, maar het is er, om uiteenlopende redenen, nooit van gekomen. De tijd is zo snel voorbijgegaan. Als ik een kind had gekregen, hoop ik dat ik mijn verantwoordelijkheid als vader zou hebben opgenomen. Mijn leven zou ongetwijfeld een ander verloop hebben gekend. Ik ben niet zeker dat iemand met familiale verplichtingen evenveel tijd had kunnen besteden aan politieke onderhandelingen als ik nu doe, met zoveel geduld, betrokkenheid en intensiteit. Bovendien ben ik graag alleen, ook om te werken. Voor eenzaamheid heb ik geen aanleg.’

Hebt u spijt dat u geen kinderen hebt?

‘Nee. Ik heb neefjes. Als ik kinderen had gehad, zou ik verrukt zijn geweest. Maar ik voel er nu geen behoefte aan. Het zou mooi zijn geweest, maar mijn leven is anders uitgepakt.’

Dit bericht werd geplaatst in Holebi, Media, Politiek en getagged met , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

4 reacties op Elio Di Rupo: “Ik ben homo, et alors?”

  1. Pingback: Çavaria popelt om homo Elio Di Rupo als premier van België | Lacquemant

  2. Pingback: Centrum Gelijke Kansen hoopt op forsere aanpak homofobie | Lacquemant

  3. Pingback: Elio Di Rupo legt eed af als premier | Lacquemant

  4. Eric Du Tré zegt:

    In dit landje van compromissen is Elio Di Rupo er toch mooi in geslaagd om de neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. In het leven is het een beetje geven en nemen, ook in de politiek. Ik respecteer vooral het feit dat Elio de handdoek niet in de ring heeft geworpen en op het laatste toch nog een tandje heeft bijgestoken om op een voor België cruciaal moment een begroting èn een regering samen te stellen. Dat hij homo is, wel, ik ben dat ook, et alors ? Dat zal hem zeker niet verhinderen een ware staatsman te zijn. ’t Is jammer dat ik als vlaming niet op hem mag stemmen, anders kreeg hij vast en zeker mijn stem. Niet omdat hij homo is doch wèl omdat ik sterk geloof in zijn capaciteiten als politicus en als nieuwe premier van ons land.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s