Het leven zoals het is: homo zijn in Brussel

Veel persaandacht voor homofoob geweld in de hoofdstad.

Macho’s dwingen ons tot zelfcensuur, Bruno De Lille, De Standaard, 23.06.2011

Persoonlijke getuigenissen uit de hoofdstad
Hand in hand over straat lopen met mijn man, dat durf ik niet

Geweld tegen holebi’s en vrouwen: hoort het bij een grootstad, of gaat het om de groeipijnen van een Europese metropool in wording? BRUNO DE LILLE en JOOST VANDECASTEELE schetsen een beeld van een beter Brussel.

Een homoman is vorig weekend in het centrum van Brussel in elkaar geslagen. Alweer. Als Brusselse homo word je voortdurend geconfronteerd met geweld. Geweld, of het nu tegen een homo is, tegen een vrouw of tegen anderen is onaanvaardbaar. Daar moet je actief tegen optreden. Maar vaker dan met fysiek geweld, word je als homo geconfronteerd met verbaal geweld.

‘Trek het je niet aan, mensen roepen zoveel’, krijg je dan te horen. Dat klopt en ook weer niet. In een grootstad, waar veel mensen dicht op elkaar wonen, krijg je vaker spanningen. Maar er is een groot verschil tussen iemand die je iets naroept omdat je hem niet snel genoeg voorrang hebt verleend en iemand die je uitscheldt omdat je homo bent. Het tweede gaat over je zijn. Als je constant wordt uitgescholden om wie je bent, vreet dat aan je.

Sommige mensen reageren hierop door zich anders te gaan gedragen. Ze vermijden elk gedrag dat ‘twijfel’ doet rijzen en ‘aanleiding’ kan zijn tot agressie. Het gaat niet over zogenaamd provocerend gedrag maar over doodnormale dingen: hand in hand lopen, je lief omhelzen… Heel wat homo’s en lesbiennes durven het alleen nog in een veilige omgeving of als ze zich goed omringd weten. Als dat niet zo is, doen ze liever aan zelfcensuur, juist om negatieve reacties te vermijden.

Ik ben een van die mensen. Ik ben al jaren uit de kast. In mijn omgeving, op mijn werk en in mijn politieke carrière ben ik altijd heel open geweest over mijn homo-zijn. Maar hand in hand over straat lopen met mijn man, durf ik zelden of nooit. En als ik het doe, voel ik me vaak ongemakkelijk. Nochtans zie ik mijn man doodgraag. Maar ik heb geen zin meer in de zoveelste scheldpartij en agressieve blikken, dus laat ik het maar.

Ik heb het gevoel dat me hier iets dierbaars is afgenomen en dat neem ik die mensen kwalijk. Probeer je eens voor te stellen dat je nooit spontaan je genegenheid voor je lief kunt tonen. Zelfs al wil je enkel een kus geven of zijn of haar hand nemen, altijd check je eerst: ‘Kan het hier, is het veilig, gaan we geen last krijgen?’ Dit is eigenlijk onmenselijk. Daarom dat ik zo weinig begrip kan tonen voor mensen die verbale agressie minimaliseren.

De logische vraag is dan: ‘Hoe lossen we dit op?’ Het antwoord is niet eenvoudig. Eerst moeten we de oorzaak van het probleem zichtbaar maken. Wie zijn de daders? Zijn het enkel gefrustreerde moslimjongeren zoals je op heel wat fora kan lezen? Vaak, maar niet uitsluitend. Er zijn intussen ook heel wat verhalen over Oost-Europese jongeren die zich agressief gedragen tegenover holebi’s. Een van de daders van het geweld vorig weekend bleek dan weer een Zuid-Amerikaan te zijn.

Politie moet zijde slachtoffers kiezen

Als Brussels staatssecretaris van Gelijke Kansen werk ik al een tijd rond geweld tegen holebi’s. Een van de vaststellingen hierbij is dat het niet zozeer in de religie zit, maar wel in de machocultuur waarin heel wat van onze Brusselse jongeren opgroeien. Voor een jongen die zijn hele jonge leven thuis op een piëdestal is gezet, die de stereotypes over wat ‘echte’ mannen zijn met de paplepel heeft meegekregen maar tegelijk een laag zelfbeeld heeft omdat hij geen diploma, job en geld heeft. Voor die jongen is de stap blijkbaar klein om zich af te reageren op mensen waarop hij neerkijkt: vrouwen en holebi’s. Hoe kunnen we ervoor instaan dat deze jongeren hun frustraties niet langer uiten door andere mensen uit te schelden en te vernederen. En ook: hoe kunnen we vermijden dat deze scheldpartijen escaleren tot geweld, zoals we zien bij sommige van deze jongeren.

Dit vergt een dubbele aanpak. Eerst op de korte termijn: mensen mogen denken wat ze willen, ze mogen niet altijd doen wat ze willen. Als iemand denkt dat hij meer is dan een homo of homo’s zondaars vindt, is dat voor de eigen rekening. Maar die persoon mag niet gaan slaan of systematisch mensen uitschelden. Daarmee gaat hij over de grens. Daarom is het bijvoorbeeld zo belangrijk dat de politie hard optreedt tegen de daders van homofoob geweld en dat de politie tegelijk openlijk laat weten dat ze aan de kant van de slachtoffers staat. Zo stel je grenzen.

Op de lange termijn moet er iets aan de mentaliteit van die jongeren veranderen. We moeten het machisme wegwerken. We leven in een maatschappij waar vrouwen gelijke rechten hebben en waar homo’s niet als abnormaal worden beschouwd. Iemand die goed wil functioneren in die maatschappij, moet dat aanvaarden en respecteren.

Ik was blij dat ik de Vlaamse minister van Onderwijs Pascal Smet (SP.A) dinsdag in Terzake hoorde zeggen dat hij via het onderwijs aan die mentaliteitswijziging wil werken. Dat is hard nodig. De verhalen over scholen waar homoseksualiteit niet of nauwelijks ter sprake komt, omdat de school bang is voor de negatieve reactie van de leerlingen, zijn legio. Zelfs in de biologielessen blijkt er vaak ‘geen tijd genoeg’ om het onderwerp te behandelen.

Onze maatschappij heeft dringend nood aan een vak burgerschap waarin basisprincipes van ons samenleven aan bod komen. Als kinderen op school leren hoe ze zich in het verkeer moeten gedragen, waarom zouden ze ook niet leren hoe ze zich tegenover anderen moeten gedragen? Ik ben ervan overtuigd dat als regels expliciet worden gemaakt, ze makkelijker gerespecteerd worden. Ik wil een oproep doen aan al onze scholen van welk net ook: maak van jullie leerlingen echte burgers. Misschien is dat wel het belangrijkste wat ze in hun hele leven meekrijgen?

Brussels by night and day, Joost Vandecasteele, De Standaard, 23.06.2011

Ik ben hier en ik blijf hier, omdat tot nu de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen

Misschien zijn we in de eigen clichés beginnen te geloven. Wij, de blanke grootstedelijke mens, zo open-minded dat we zelf in het Frans beginnen. En zij, de verloren generatie, die zich baseert op een legende uit 1972, toen ooit één van hen ‘hoer’ riep naar een blank meisje en daadwerkelijk een pijpbeurt kreeg.

Of overdrijf ik? Misschien, maar niet inzake het gevoel van wij en zij. Want Brusselaars voelen we ons niet, we zijn en blijven eerste-tweede-derde-generatie inwijkelingen en worden ook zo behandeld. En misschien ligt daarin het probleem, het ontbreken van enige emotionele band met deze stad. Met als belangrijkste vraag, waarom zouden we ook?

Niemand dwingt mij hier te blijven. Last heb ik zelf nooit, maar dat is eerder te wijten aan mijn angstaanjagend uiterlijk en een stad enkel gevuld met creaturen als mezelf is geen optie, enkel als beginbeeld van een hermetische horrorfilm uit Tsjechië.

Ik ben hier en ik blijf hier, omdat tot nu de voordelen zwaarder wegen dan de nadelen. Brussel is de reden waarom ik schrijf zoals ik schrijf. Had ik andere studies gevolgd, was ik misschien opgenomen in de aangename café-cocon van de Antwerpse theaterkolonie. Nu ben ik een individu ergens in een netwerk van filmmakers, televisiehuizen en krantenredacteurs, allen gesitueerd in Brussel.

En lang maakte ik mezelf wijs dat sommige onhebbelijkheden nu eenmaal eigen zijn aan een stad als Brussel. Dat de gebroken autoruit mijn eigen schuld was omdat er twintig cent op de passagiersstoel lag en gelijk eksters houden ze van glimmende dingen. Dat een Brussels ziekenhuis iemand een uur pijn laat lijden in een kamer omdat de arts van dienst geen Nederlands verstaat, een week later een onverstaanbaar verslag in het Frans opstuurt, dat die persoon telefoneert en een Nederlandstalig verslag eist, met als resultaat dezelfde brief met enkel de medische termen vertaald, wat het absoluut niet helderder maakt.

Zo zijn er genoeg voorbeelden op te sommen, zoals afgelopen week ook bleek met ineengeslagen homo’s en pure PS-arrogantie – stuur uw eigen voorbeeld op een gele briefkaart naar het online forum en u maakt kans op het grote gelijk, momenteel verstopt tussen de twee oren van Vic Van Aelst. Ondertussen besef ik dat deze trends niet eigen zijn aan een stad als Brussel, ze zijn gewoon eigen aan Brussel.

Fictie en ambitie

Er is altijd een persoonlijke fascinatie geweest met grootsteden, met genoeg lange vliegreizen naar onder andere Los Angeles en onlangs Hongkong en Singapore. Ik weet dat die paar dagen onvoldoende zijn om een ziel van een stad te ontdekken. Maar één ding viel mij altijd op, zeker in vergelijking met Brussel: een onwrikbaar geloof in de eigen fictie. Vaak bestaat deze fictie in het idee dat succes en beterschap binnen handbereik liggen in steden als deze, een theorie ondersteund door genoeg legendarische succesverhalen van andere inwijkelingen.

Roem en rijkdom

In Los Angeles is deze fictie van mogelijke roem en rijkdom zo tastbaar dat het bijna wanhoop en desillusie creëert. Zo stond ik ooit in een rij om misschien op te treden tijdens de open mic night van de Comedy Store, waar iedereen onbetaald drie minuten grappig mag zijn. Ik ving daar een gesprek op tussen twee amateurkomieken met citaten als I’m tired of all this touring and hotelrooms and one-nightbitches. Next year, I want my own sitcom. Uitgesproken zonder een zweem van ironie.

In steden als Hongkong en Sjanghai heerst een fictie van succes door arbeid, waar bijvoorbeeld de rijkste grondgrondbezitter van Sjanghai begon als armoezaaier en zijn fortuin vergaarde door karaokemachines die scores bijhielden te verzinnen.

Door de eeuwen hebben er volksverhuizingen plaatsgevonden van het platteland naar steden, op basis van deze fictie. Maar die memo heeft Brussel nooit gekregen.

Los van alle ad-hoc-oplossingen inzake veiligheid en werkgelegenheid is vooral nieuwe fictie nodig, noem het ambitie of naïviteit. Een ambitie die verder reikt dan een zoveelste durumzaak openen, zodat je onderweg van een durumzaak nog een durum kunt halen. Een ambitie die verder reikt dan alle politiezones samenvoegen. Een ambitie die verder reikt dan de nobele suggesties door politici als Sven Gatz en Yamila Idrissi of nobele organisaties als sommige scholen en buurtwerkingen.

Starbucks op elke hoek

Het wordt tijd om mythologisch te worden, zodat niet enkel expats als halfgoden onder ons het beste voor zichzelf claimen. Als Europa werkelijk Brussel als zijn hoofdstad wil, moet het dit bewijzen en Brussel opeisen als zijn Washington DC. Dan praten we wel Engels met elkaar en openen we Starbucks-filialen op elke hoek. Dit is een Brussel dat niemand toebehoort, zeker niet het FDF of de N-VA.

Dit is een stad die als puber haar Vlaamse moeder en Waalse vader is ontgroeid en op zoek is naar een eigen plek in de wereld. Laten we onszelf wijsmaken dat Brussel een Europese gigant in wording is, zodat mensen naar hier komen om het te maken en niet om te verdwijnen. Zodat die harde kern allochtone, homohatende, gefrustreerde wegens frigide hoofddoekjes, verveelde racistische idioten die Hamas niet eens kunnen spellen, geen symptoom meer zijn, maar daadwerkelijk een fait divers. Zij bepalen deze stad niet, dat doet de rest wel.

‘Echte mannen’ slaan homo’s, Lotte Beckers, De Morgen, 23.06.2011

ANALYSE: Waarom sommige jongeren in Brussel zich gedragen als ‘zedenpolitie’

‘Echte mannen’ slaan homo’s

Brussel l Kortgerokte meisjes noemen ze hoer, en homo’s moeten ze al helemaal niet. De zelfverklaarde zedenpolitie, worden ze wel eens genoemd, de groepjes jonge allochtonen met een grote bek en veroordelende vuisten. Echte venten, vinden ze zelf. De gaybashers: een verhaal over machismo, groepsdruk en ook voetbalsupporters.

Het is Pascal Smet die de term ‘zedenpolitie’ introduceerde. Een kleine groep migranten of nieuwe Belgen, zegt de Vlaamse minister van Gelijke Kansen (sp.a). Ze vallen homo’s lastig, maar evengoed zijn er talloze verhalen van Brusselse meisjes die niet meer buitenkomen in korte rok. Ze worden aangeraakt, of krijgen vulgaire praat naar hun hoofd geslingerd. “Symptomen van eenzelfde probleem”, zegt socioloog Laurens Buijs van de Universiteit van Amsterdam. Op vraag van zijn stad, waar homofoob geweld enkele jaren geleden dramatische porties aannam, ging hij kijken naar de daders. Met als centrale vraag: wie zijn die jongelui, en wat is hun probleem?

Volgens het onderzoeksrapport dat Buijs neerlegde, gaat het om jonge mannen, jonger dan 25, die in groep uithalen. Even vaak (36 procent) zijn ze van Marokkaanse als van autochtoon-Nederlandse afkomst. Bekeken op de hele Nederlandse bevolking betekent dat dus een oververtegenwoordiging van die eerste groep. Buijs: “Veelal kunnen die jonge Marokkanen, net als de homofobe Oost-Europeanen, getypeerd worden als sociaal gemarginaliseerd: opgegroeid in arme gezinnen die geen Nederlands spreken, werkloos, veel te vrij opgevoed. En reken maar dat die conclusie voor Brussel evengoed gelden: je kan ze toepassen op elke stedelijke context.”

In discussies hierover valt ook vaak de term ‘moslimjongeren’, maar die vlieger gaat volgens Buijs niet op. “De jonge Marokkanen die ik gesproken heb, noemen zich wel moslim als je het hen expliciet vraagt, maar daar houdt het ook op. Ze gaan niet naar de moskee, drinken, houden zich niet aan de regels, en liggen daarover overhoop met hun ouders. Over orthodoxe moslims gaat het hier niet, dus die discussie is niet relevant. Het probleem is complexer dan dat.” De Brusselse imam Mohamed Fatha-Allah knikt. “De islam is tegen homofilie”, geeft hij toe. “Maar ik discussieer veel met mijn leerlingen, en dan zeg ik hen ook dat dat geen reden is om mensen te belagen die kiezen om homo te zijn. We leven in België, een land waar mensen vrij zijn om te leven zoals ze willen.”

Wat homofobe geweldplegers of de zogenaamde zedenpolitie wel bindt, zijn bijzonder rigide opvattingen over mannelijkheid, vrouwelijkheid en seksualiteit. Echte venten, dat idee. Homoseksuelen verstoren die oeroude hiërarchie, tasten het conformisme aan. In die logica is homo’s slaan of kortgerokte vrouwen bepotelen perfect legitiem. Mannelijk zelfs. Het heeft niet meer en niet minder dan een identiteitsfunctie in een groep: jongeren verwerven zo een stoere, mannelijke status, en vermijden in één trek dat ze zelf als homo gezien worden. Want dat laatste staat voor hen gelijk aan zwak en vrouwelijk.

Slecht opgevoede gasten

Waar ze al helemaal horendol van worden, is het vermoeden dat ze verleid worden door een homo. In 40 procent van de daden van agressie die Buijs nader bekeek, bleek dat net de trigger om te kloppen. “De daders willen geen lustobject zijn, en doordat ze een beeld hebben van homoseksuele mannen als hyperseksuele wezens, voelen ze constant deze dreiging”, schrijft Buijs. “Deze jongens kunnen het idee niet verdragen dat ze in een rol worden gedrongen die zij, alweer, als vrouwelijk en vernederend zien.”

“Die jongeren groeien op in achtergestelde buurten waar ze alleen maar met moslims omgaan”, oppert Brussels parlementslid Fouad Ahadir (sp.a). “Hun enige contact met een andere cultuur? Wanneer ze in aanvaring komen met de politie, want dat zijn blanken. Nooit hebben ze geleerd om te gaan met mensen die anders zijn. Moslims? Slecht opgevoede gasten zijn het. Moslims houden zich hier niet mee bezig.”

“Homohaat wordt al te vaak gebruikt om moslims in een slecht daglicht te stellen”, ergert ook Catherine Gouffeau van Merhaba, een Belgisch-allochtone holebi-vereniging, zich aan die associatie. “Alsof homotolerantie een westerse verworvenheid is. Kijk maar naar voetbalsupporters. In homokringen zijn dat soort homobashers ook wel bekend.” Ook dat verhaal kwam Buijs vaak genoeg tegen in zijn onderzoek. “Ga maar eens naar een voetbalstadion. In veel voetballiedjes, en heel de sfeer die er rond hangt, is het ook belangrijk je af te zetten tegen homoseksuelen. Of neem studentenkringen op zwier, toch hoogopgeleide jongeren, niet? Er zijn ook feiten bekend van militairen die enkele dag vrij hadden, de stad in trokken en zich uiteindelijk schuldig maakten aan homofoob geweld. Alweer dezelfde ingrediënten. Een machocultuur en een groep. Ze hitsen elkaar op, de druk wordt groot en niemand wil onderdoen.”

Oplossingen dan. Pascal Smet, zo verkondigde hij al, denkt na over hoe die homofobe groep de juiste boodschap moet meegeven. “Met ‘wees allemaal lief voor elkaar’ komen we er niet, dat is duidelijk”, zegt hij. Ook Buijs vindt het een moeilijk vraagstuk. Omdat het betekent dat we meteen ook in eigen boezem moeten durven kijken. “Sensibilisering in het eerste middelbaar, hoor ik zeggen. Rijkelijk te laat, maar het is tenminste een begin. Tegelijk zijn mannelijke en vrouwelijke rolpatronen oeroud en zitten ze zo diep ingebakken. Met de secularisering in de jaren zestig zijn die ideeën wel omver geschoten, maar dat verhaal is niet blijven hangen. Zo’n cultuuromslag is zo erg moeilijk. Het klassieke voorbeeld is het moment dat je de eerste barbiepop koopt voor je dochter. En we veroordelen dan wel homogeweld, maar de homograpjes kennen we allemaal. Holebitolerantie is een flinterdun laagje.”

Hoge prijs voor zichtbaarheid

Dat was nu ook net het punt van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding, dat dinsdag net haar jaarrapport voorstelde. “We zijn in theorie wel tolerant voor homo’s, maar hetero’s zijn duidelijk nog de norm”, zei directeur Jozef De Witte. “De prijs van zichtbaarheid voor holebi’s blijft hoog.” Ook onderzoek bij scholieren bevestigde meermaals dat ‘verwijfde homotrekjes’ maar niets vinden. Maar dat het mogelijk is, daarvan is Buijs overtuigd. “Stimuleren kan zeker. Schakel de wetenschap in. Bekijk hoe je leerkrachten in spe toleranter maakt, en die houding kan doorgeven in de klas. De kennis is er, het is nu een kwestie van toepassen.”

Een kwestie van mannen, Marc Hooghe, De Morgen, 23.06.2011

l Marc Hooghe is hoogleraar politieke wetenschappen aan de KU Leuven.

l Is er in Brussel een ‘zedenpolitie’ aan het werk, zoals minister Pascal Smet stelt naar aanleiding van het recente geweld op een homokoppel? We zien in elk geval dat homofobie heel sterk aanwezig is bij jongere islamitische mannen. Maar binnen de moderne rechtsstaat kan dit soort gedrag nooit getolereerd worden, zo stelt Hooghe.

Het gewelddadige incident in het centrum van Brussel vormt slechts het topje van de ijsberg. Fysiek geweld op homo’s en lesbiennes komt relatief vaak voor, en wordt door de politiediensten niet altijd even ernstig genomen. Het enige uitzonderlijke van het incident is dat de slachtoffers dit keer wel naar de media zijn gestapt om aandacht te vragen.

In het centrum van onze grootsteden hebben we dan ook te maken met een mogelijk explosieve mix van bevolkingsgroepen. Aan de ene kant heb je in de grote steden, ook in Brussel, een relatief zichtbare homoseksuele subcultuur. We zien bovendien dat homo’s en lesbiennes vaker in een grote stad komen wonen, omdat ze daar vrijer kunnen leven. Dat duidt er meteen ook al op dat de tolerantie in de kleinere gemeenten nog altijd niet volledig verworven is. Aan de andere kant heb je echter ook een grote groep van vooral jongeren die bijzonder vijandig staan ten opzichte van zichtbare homoseksualiteit. We beseffen vaak onvoldoende hoe uitzonderlijk wij in West-Europa wel zijn. We hebben een antidiscriminatiewetgeving, het homohuwelijk wordt erkend, en ministers kunnen zonder enig probleem openlijk homoseksueel zijn. In de rest van de wereld zijn al die verworvenheden zo goed als ondenkbaar. De situatie in Oost-Europa is wat dat betreft overigens niet veel beter dan in de Arabische wereld: ook de Gay Pride-demonstraties in Rusland of Hongarije worden vaak het slachtoffer van fysiek geweld.

Toch heeft het geen zin om problemen te willen ontkennen vanuit een zekere politieke correctheid: het gebrek aan tolerantie heeft wel degelijk te maken met godsdienstige achtergrond. Zelfs als je controleert voor alle mogelijke factoren (opleidingsniveau, werkloosheid, uitsluiting, armoede…), dan nog zie je dat mensen met een islamitische achtergrond beduidend negatiever oordelen over homoseksualiteit dan alle andere bevolkingsgroepen. Als we hieraan iets willen doen, dan is de eerste opdracht toch dat we het probleem correct benoemen, en niet kiezen voor een soort omzwachteld taalgebruik. Die relatie met godsdienstige opvattingen betekent overigens niet dat het probleem onoplosbaar zou zijn. In de grondteksten van het christendom en het jodendom staan ook heel lelijke dingen over homoseksualiteit, maar die religies zijn de afgelopen eeuw veel toleranter geworden ten opzichte van homoseksualiteit. Er is geen gegronde reden te bedenken waarom de islam niet een gelijkaardige evolutie zou kunnen meemaken.

Verder weten we uit onderzoek dat homofobie vooral een kwestie van mannen is. In alle culturen staan mannen veel negatiever ten opzichte van homoseksualiteit dan vrouwen. Het zich afzetten tegen homoseksualiteit is dan ook de gemakkelijkste manier om een eigen gevoel van mannelijkheid te versterken. Dat gebeurt dan nog vooral in groepjes van mannen, die tegen elkaar opbieden in stoerheid. Bij gemengde groepen is die dynamiek veel minder aanwezig. Daardoor zien we tegelijk ook dat de islamitische cultuur wel degelijk kan veranderen. Uit onderzoek blijkt dat islamitische vrouwen veel toleranter zijn dan islamitische mannen. Naarmate er binnen de allochtone gemeenschappen meer gemengde groepen ontstaan, en vrouwen op een meer zichtbare wijze aanwezig zijn in de publieke ruimte, zou de openlijke homofobie dus al moeten dalen.

Vorm van compromis

Het geweld tegen homo’s, of het intimideren van vrouwen in de publieke ruimte, confronteert ons dan ook met een belangrijke vraag over de toekomst van een cultureel diverse samenleving. Diversiteit betekent onvermijdelijk een vorm van compromis, waarbij er ook een erkenning komt van de cultuur en de religie van minderheidsgroepen. Maar er zijn tegelijk ook een aantal kernwaarden waarover geen compromis mogelijk is. Onze rechtsstaat is gebaseerd op een fundamenteel respect voor de ander, ongeacht afkomst, geslacht, seksuele identiteit of religie. Net zoals een islamitische of joodse gelovige het recht heeft zijn of haar religie te belijden, heeft een homokoppel het recht op te flaneren in de hoofdstad van Europa. We moeten dus wel degelijk intolerant zijn ten opzichte van diegenen die zelf niet tolerant zijn.

Dat betekent dat we als samenleving ook heel duidelijk moeten maken dat dit soort hate crimes niet kunnen. Ervaringen in het buitenland tonen aan dat politiediensten hierop strakker kunnen reageren, ook al moet je daarvoor soms een zekere machocultuur binnen het korps doorbreken. Het tegengaan van homofobie via het onderwijs is meer een strategie op langere termijn, maar die is even noodzakelijk. Onze visie op homoseksualiteit is de afgelopen vijftig jaar drastisch veranderd: in 1960 had niemand durven voorspellen dat België nu het homohuwelijk volwaardig zou erkennen. Maar het komt erop aan die culturele verworvenheden niet in het gedrang te laten brengen: onze grootsteden moeten een veilige omgeving vormen voor iedereen.

Tijd voor actie, Niel Verduyckt, De Morgen, 23.06.2011

Zaterdag 14 mei, 3 dagen voor de internationale dag tegen de homofobie, liepen 50.000 mensen door de straten van onze hoofdstad tijdens de jaarlijkse Gay Pride Parade. Voor de meeste deelnemers heeft deze jaarlijkse betoging geen militante bijklank meer: het is eerder een feest van diversiteit, een reden om samen te komen en te vieren. Na de meest recente homofobe aanslagen in Brussel, die helaas geen alleenstaand feit zijn, moeten we ons misschien bezinnen over meer militante actie. En het feestje voor later houden.

Hoe zou een Gay Pride in bijvoorbeeld Sint-Jans-Molenbeek verlopen? Zou die vredelievend zijn, zonder echte incidenten of zou die eerder op een Oost-Europese betoging lijken waar we bekogeld worden? Ik pleit er niet voor om morgen met 50.000 janetten door de straten van Molenbeek te lopen, of door eender andere overwegend ‘Arabische’ wijk waar de bevolking het moeilijk heeft met Europese waarden. Maar is het alstublieft mogelijk om er gewoon met mijn lief hand in hand te slenteren en met rust te worden gelaten zoals iedereen? En kunnen we met een symbolische honderd man/vrouw hand in hand door heel Brussel trekken om duidelijk te maken dat we in dit land volwaardige burgers zijn die evenveel rechten hebben als iedereen? Zouden de politici die elk jaar talrijk aanwezig zijn op de Gay Pride in Brussel stad, waar alles vreedzaam verloopt ook door de andere Brusselse gemeentes durven trekken? Of zouden ze toch passen? Zou de PS, bij uitstek de grootste politieke delegatie tijdens de Gay Pride, ook in de andere Brusselse gemeentes openlijk durven pleiten voor onze rechten, of zouden ze dat als electorale zelfmoord beschouwen?

Ik vrees dat dit de lakmoesproef is voor de tijdens de Gay Pride enthousiast in de kijker lopende politici, en dat ineens zou opvallen hoe leeg hun woorden van medeleven zijn naar aanleiding van de aanvallen. Voor een echt beleid is moed nodig, en een engagement om woorden in daden om te zetten, de wet te doen naleven. Homofobie is strafbaar, maar wat maakt het uit als het kan blijven gebeuren?

In 1990 schrapte de Wereldgezondheidsorganisatie homoseksualiteit uit de lijst van geestesziekten. Ik was toen 8 jaar oud. 21 jaar later kan ik nog steeds niet met een gerust hart over straat lopen…

Dit bericht werd geplaatst in Godsdienst, Holebi, Media en getagged met , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

7 reacties op Het leven zoals het is: homo zijn in Brussel

  1. Pingback: Gay Kiss-in aan Brusselse beurs tegen homofoob geweld | Lacquemant

  2. Pingback: “Homofobie niet religieus geïnspireerd” | Lacquemant

  3. Pingback: Ook in Antwerpen homofobe en vrouwonvriendelijke islamitische ‘zedenpolitie’ (+ video) | Lacquemant

  4. Pingback: Het Roze Huis en politie roepen slachtoffers homofobie incidenten te melden | Lacquemant

  5. Pingback: Burgemeester van Brussel Freddy Thielemans pakt homohaat harder aan | Lacquemant

  6. Pingback: Bruno De Lille zelf slachtoffer van homofoob geweld | Lacquemant

  7. Pingback: Brussel voert campagne tegen haatmisdaden | Lacquemant

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s