“Zo normaal is homoseks”

De homofobe aanval op Bart (31) en een kameraad in Brussel lokt veel reacties uit. De ene is blij dat de problemen, met Marokkaanse jongeren, benoemd worden, de anderen waarschuwt voor islamofobie. Gedragsbioloog Mark Nelissen geeft in De Morgen een wetenschappelijke uitleg.

Zo normaal is homoseks, Mark Nelissen, De Morgen, 22.06.2011

Onderzoek toont aan dat de meeste mensen een gemengde seksuele oriëntatie hebben. Een homoseksuele geaardheid kan dus niet abnormaal zijn

l Mark Nelissen is gedragsbioloog en professor ‘menselijk gedrag’ aan de Universiteit Antwerpen. Hij is auteur van onder andere Darwin in de supermarkt (Lannoo).

l Homoseks wordt in vele culturen als abnormaal omschreven het jongste dieptepunt: een man die in Brussel bijna gewurgd werd omdat hij homo is de biologie leert ons iets heel anders. Mark Nelissen gaat met wetenschap in tegen discriminiatie.

Mark Nelissen wil voor eens en altijd aantonen dat er geen basis bestaat voor discriminatie

We schrijven het jaar 2111. Leerlingen leren op school dat slechts honderd jaar geleden homoseksuelen werden gediscrimineerd, als zieken of zondaars beschouwd, ja zelfs gemolesteerd. En dat in de westerse, ‘beschaafde’ wereld. “Dit soort barbaarsheid vinden we vandaag alleen nog terug in enkele achterlopende godsdiensten, maar leefde ook in Europa”, onderwijst de leraar. “Hoe komt het dan dat we homoseksuelen vandaag wel als gewone mensen zien, mijnheer?” vraagt een leerling. “Door het zegevieren van wetenschappelijke inzichten, mijn jongen. Domme, ingeroeste vooroordelen kunnen door erudiete doorzichten worden weggenomen, vaak toch. Gelukkig is dat met dit probleem gebeurd! Weten jullie dat er een tijd is geweest dat zwarten als een minderwaardig ras werden gezien? Dat vrouwen geen stemrecht hadden? Verstandelijk inzicht heeft dat alles achter ons gelaten, zo ook de verkeerde houding tegenover homo’s.”

Die les wordt pas over honderd jaar gegeven, vandaag kunnen we al de aanzet geven om die wetenschappelijke analyse te maken. Hoe kunnen academische disciplines bijdragen aan het wegwerken van discriminatie van homoseksuelen? De komende decennia zal onze kennis ter zake sterk toenemen. Maar we staan nu al ver genoeg om homoseksualiteit bij de normale, menselijke geaardheid onder te brengen. En ik wik mijn woorden: met ‘normaal’ wordt niet modaal bedoeld, maar ‘niet abnormaal’. Vergelijk het met linkshandigheid, verre van modaal, maar niet abnormaal. We lopen even over de functie van seks, gaan terug naar onze verre voorgeschiedenis, en bekijken onze eigen geest voor wat seksuele voorkeuren betreft.

Buiten biologen staan weinig mensen stil bij het fenomeen seks. Er wordt van genoten soms voor geld zonder de vraag waarom het bestaat. Waarom zijn er twee seksen en hebben we zulk ingewikkeld gedoe nodig om kindjes te maken? Om een lang verhaal kort te maken: om parasieten te bestrijden en meer variatie in het genetisch repertoire te brengen. Als dieren zich ongeslachtelijk voortplanten, hebben de jongen identiek hetzelfde immuunsysteem als de ouders en kunnen parasieten die hieraan zijn aangepast gemakkelijk van de ene generatie naar de andere worden doorgegeven. Door het mengen van de kenmerken van vaders afweermechanisme met dat van moeder, krijgt elke kind steeds een eigen bescherming, en hebben parasieten minder kans. Algemeen betekent seks het mengen van kenmerken, waardoor er meer variatie ontstaat. Daar smult de evolutie van want het is de voedingsbodem voor natuurlijke selectie: betere dingen kunnen alleen worden geselecteerd als er voldoende variatie is. Dus zonder seks zouden de hogere organismen, de mens inbegrepen, niet bestaan.

Honderden miljoenen jaren hebben levende wezens het seksueel systeem gebruikt. Evolutie voorzag planten en dieren (ja zelfs bacteriën) van mechanismen om genetisch materiaal uit te wisselen. Een soorteigen gedragssysteem zorgde er bij dieren voor dat mannetjes en wijfjes elkaar aantrokken en dat zaadcellen bij eicellen werden gebracht. Bij de hoger ontwikkelde dieren, zeker de primaten, werd dit mechanisme verrijkt met wat we ‘plezier’ of ‘genot’ noemen. Het werd ‘prettig’ om geslachtscellen bij elkaar te brengen, een geniale truc van de evolutie om de kans op voortplanting te verhogen: er ontstond een nieuwe, sterke motivatie om te paren.

In de evolutie krijgt een goed draaiend mechanisme vaak een tweede functie. De veren van vogels waren eerst isolatoren om warmte vast te houden, ze kregen later een nieuwe rol als vlieginstrumenten. Zo ook bij het plezier van seks. Als seks plezant was gemaakt om de kans op voortplanting te verhogen, dan kon datzelfde genot worden ingeschakeld om spanningen weg te nemen of vriendschapsbanden aan te halen. Dit is geen ver gezocht idee, want het heeft zich wel degelijk enkele miljoenen jaren geleden voorgedaan, toen de mens en de bonobo een gemeenschappelijke voorouder hadden. De bonobo is een chimpanseesoort waarbij geregeld seks zorgt voor de ontlading van agressieve spanningen, seks herstelt de kalmte in de groep. Deze dieren bedrijven ook seks om vrienden of vriendinnen te maken. Als je iemand een plezier doet bijvoorbeeld met seks dan zal die eerder je vriend dat je vijand worden. De gewone chimpansee kent dat systeem niet, zijn samenleving wordt gekenmerkt door meer agressie en spanning dan die van de bonobo.

Zo komen we met een kleine stap bij homoseks. De functie van ‘spanningremmer’ of ‘vriendenmaker’ werkt even goed tussen groepsleden van hetzelfde geslacht, misschien nog meer dan bij verschillende geslachten. Een overvloed aan waarnemingen in dierentuinen en in het wild toont aan dat seks binnen hetzelfde geslacht schering en inslag is bij de bonobo. En er heerst vrede!

Tot vandaag kennen we geen argumenten dat deze verrijking van het seksueel repertoire bij onze voorouders verloren is gegaan bij de ontwikkeling van de moderne mens. Net als bij de bonobo bleef seks binnen elk geslacht bestaan, het kreeg evenwel een andere vorm. Terwijl bij de bonobo alle dieren aan homoseks (kunnen) doen, is het bij de mens een gedragssysteem van een kleiner deel van de populatie: waarschijnlijk heeft 5 à 10 procent van de mensen een sterke homoseksuele voorkeur. Eigenlijk kunnen we hier geen exact getal op kleven, zoals we in de volgende alinea zullen zien. Maar we mogen nu al besluiten dat een evolutionaire kijk op ons gedrag aantoont dat homoseksualiteit geen abnormaliteit is, geen ziekte, geen perversiteit.

Deze visie wordt nog extra ondersteund door psychologisch onderzoek dat ons noodzaakt minder zwart-wit te denken: seksuele geaardheid manifesteert zich op een continuüm, gaande van uitgesproken hetero tot uitgesproken homo, met veel tussentoestanden. Vergelijk het met de continua van klein naar groot, dom naar slim, rijk naar arm. Ik heb dit thema behandeld in mijn boek Darwin in de supermarkt (Lannoo). In het onderzoek werden specifieke vragen voorgelegd over de seksuele geaardheid. 18.000 mensen uit 40 landen hebben reeds deelgenomen aan deze nu nog lopende studie. Als resultaat van deze analyse werd een schaal opgesteld met 13 gradaties van seksuele geaardheid: uitgesproken hetero (waarde 0) aan de ene, uitgesproken homo (13) aan de andere kant.

De grootste score zit op de waarde 1. Dan daalt het aantal heteroseksuelen continu richting homo. Het aantal homo’s begint rond waarde 7 in aantal te stijgen en groeit naar een kleine piek tussen 11 en 12. Dus 0 en 13 leveren geen maxima. Tussen de twee vinden we de biseksuelen. Vrouwen neigen meer naar de hogere waarden op de schaal, ze kunnen dus sneller homoseksueel gedrag vertonen dan mannen. We onthouden hieruit dat de meeste mensen een gemengde seksuele oriëntatie hebben. Een homoseksuele geaardheid kan dus niet abnormaal zijn.

Homoseksuele genen

Dit onderzoek leert ons nog een interessant punt: homoseksualiteit kan genetisch overgedragen worden en kan dus blijven bestaan! Dat is nu precies een breekbaar punt: hoe kan evolutie een gedrag in stand houden als het niet tot nakomelingen leidt? Het is al sinds twee decennia geweten dat er genen bestaan met de informatie voor homoseksuele geaardheid. De continue schaal van deze geaardheid betekent dat de genetische component niet bij iedereen even sterk aanwezig is (of tot uiting komt), en dat men dus drager kan zijn van homoseksuele genen en ze doorgeven aan de volgende generatie zonder zelf homoseksueel te zijn. Zo is ook dat probleem van de baan.

Dit betoog wil niet stellen dat alle vraagtekens rond homoseksualiteit zijn opgelost, verre van. Het wetenschappelijk onderzoek zal ons nog veel leren in de nabije toekomst. Maar een ding weten we nu al zeker, de leraar van het jaar 2111 zal gelijk hebben wanneer hij stelt dat wij tot vandaag een middeleeuws idee durfden aanhouden omtrent de seksuele geaardheid van een minderheid van onze medemensen. Homo’s zijn even normale en gezonde mensen als linkshandigen, dragers van bloedgroep B, mooie mensen.

Dit bericht werd geplaatst in Holebi, Media, Wetenschap en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s