UGent: “Wanneer wordt een holebi de held(in) van een VRT-fictiereeks?”

De VRT en ceo Sandra De Preter willen een inclusieve omroep. Maar de VRT denken bij diversiteit wat te snel en te exclusief aan allochtonen, terwijl er nog ‘diversiteitsgroepen’ zijn. Zoals vrouwen en holebi’s. Dat betogen Sofie Van Bauwel, Frederik Dhaenens en Sander De Ridder van de Universiteit Gent.

“De VRT is voor iedere Vlaming belangrijk”

Enkele medewerkers van de UGent en het onderzoekscentrum CIMS maken luidop enkele kanttekeningen bij de beleidsnota van Vlaams minister Lieten. “Waarom niet eens een televisieserie met een holebi als hoofdpersonage, of nog beter, als held/in? Of een serie die durft buiten de lijntjes te kleuren, die bloot legt hoe bepaalde stereotypen onze blik nog dagelijks kleuren.”

Nadat Vlaams minister van Media Ingrid Lieten haar visienota over de toekomst van de openbare omroep bekendmaakte, heeft nu ook de VRT-CEO Sandra De Preter haar visie op de VRT toegelicht. Ook al maakt zij duidelijk dat haar toekomstvisie autonoom tot stand is gekomen, erkent zij de raakvlakken tussen beide. Zo wordt het belang van diversiteit onderstreept, de VRT moet zoveel mogelijk Vlamingen bereiken, en in het bijzonder jongeren en allochtonen. Deze overeenkomsten kunnen de samenwerking tussen het politieke niveau en de VRT een constructieve invulling geven. Echter, doorslaggevend in het uitstippelen van het VRT-beleid blijft de visienota van de Vlaams minister van Media. Daarom maken we van de gelegenheid gebruik om nog eens terug te grijpen naar deze nota. Bovendien nemen we de oproep van de minister ter harte om bij te dragen ‘tot een open en constructief debat over de toekomst van de VRT’, en raken we een aantal elementen uit deze nota aan.

De VRT wordt meermaals omschreven als een plein, een publieke ruimte die van iedereen is en waar het Vlaams burgerschap moet gestimuleerd worden. ‘De VRT is voor iedere Vlaming belangrijk’ en gaat terug op de notie ‘spiegel van de maatschappij’. Verder pleit de minister voor een publieke omroep die zo inclusief mogelijk is en waarbij diversiteit zeer belangrijk is. Het is juist hier dat het schoentje al jaren wringt in het ‘huis van vertrouwen’. Ondanks het zeer waardevolle en mooie werk van de Cel Diversiteit, doet de VRT het niet goed als het gaat om het in beeld brengen van diversiteit. De diversiteitsmonitor liegt er niet om, met als gevolg dat de VRT zelf gekozen heeft om streefcijfers in te voeren. Een goed begin, maar met een kwantitatieve benadering alleen kom je er niet. Het gaat zowel over wie er in beeld komt als op welke manier.

Wanneer de minister stelt dat de VRT nog te vaak bepaalde groepen stereotiep in beeld brengt dan moet er naar de kwaliteit en inhoud worden gekeken, ‘koppen tellen’ is niet goed genoeg. Echter, in de visienota zelf worden er een aantal kansengroepen over het hoofd gezien, zo lezen we nauwelijks iets over vrouwen en niets over holebi’s. Dit heeft vooral te maken met het feit dat in de visienota het diversiteitsbeleid gekoppeld wordt aan een doelgroepenbeleid dat inclusief wil zijn in het aantrekken van zoveel mogelijk kijkers. Gaat de minister ervan uit dat vrouwen en holebi’s reeds hun weg als doelgroepen naar de VRT hebben gevonden? Nochtans geeft de VRT in hun eigen diversiteitbeleid duidelijk aan dat zij aandacht hebben voor alle kansengroepen, zijnde allochtonen, senioren, mensen met een functiebeperking, vrouwen en holebi’s. Waar zijn deze twee laatste kansengroepen naartoe?

We volgen de minister in haar oproep om het voor iedere Vlaming mogelijk te maken zich te herkennen in de programma’s van de VRT. Maar, zolang het debat geformuleerd wordt in termen van identificatie, wordt er voorbijgegaan aan die andere rol van representatie, het feitelijke afbeelden. Representatie is meer dan alleen de mogelijkheid scheppen tot herkenning. Het dient ook als katalysator, waarbij een publieke omroep meer kan zijn dan ‘de spiegel van de maatschappij’. Meer nog, de VRT kan een voortrekkersrol opnemen waarbij representaties van kansengroepen een maatschappelijke dialoog kunnen stimuleren. Zoals Hatim El Sghiar (KUL) reeds stelde, zouden minderheden beter worden gerepresenteerd als individuen die meer zijn dan enkel ‘allochtoon’, ‘holebi’, of ‘blind’.

Een belangrijke rol hierbij is weggelegd voor Vlaamse fictie, ook de minister erkent dit. Kwaliteitsvolle representaties in televisiefictie kunnen de mogelijkheid scheppen om de diversiteit binnen de kansengroepen te belichten. Meer nog, kwaliteitsvolle fictie zou een gedurfde en creatieve beeldvorming in zich moeten dragen. Waarom niet eens een televisieserie met een holebi als hoofdpersonage, of nog beter, als held/in? Of een serie die durft buiten de lijntjes kleuren, die bloot legt hoe bepaalde stereotypen onze blik nog dagdagelijks kleuren. We vragen ons daarbij ook af in hoeverre Vlaamse productiehuizen die fictiereeksen leveren aan de VRT betrokken worden bij het halen van de streefcijfers. Streefcijfers die toch op één of andere manier afdwingbaar moeten zijn wil je dat ‘diversiteitsdenken centraal komt te staan in de hele organisatie van de VRT’.

Sofie Van Bauwel is docent Mediastudies aan de UGent en lid van het onderzoekscentrum CIMS – Centre For Cinema and Media Studies
Frederik Dhaenens is wetenschappelijk medewerker aan de UGent en lid van het onderzoekscentrum CIMS – Centre For Cinema and Media Studies
Sander De Ridder is wetenschappelijk medewerker aan de UGent en lid van het onderzoekscentrum CIMS – Centre For Cinema and Media Studies

Dit bericht werd geplaatst in Holebi, Media, Politiek, Televisie en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s