Homovoetballer Yoann Lemaire: “Er zijn, 2,3 miljoen voetballers, ik ben toch niet de enige homo?”

Yoann Lemaire meet zich met ex-topvoetballers

De verguisde homovoetballer Yoann Lemaire gaat spelen met een gelegenheidsploeg voor een goed doel. De semi-amateur deed jaren geleden zijn coming-out als homo en schreef een boek. De mediastorm die volgde leidde tot zijn schorsing.

“Er zijn 2,3 miljoen voetballers en ik zou de enige homo zijn?”, Rik van Puymbroeck, Het Belang van Limburg, 25.09.2010

VIREUX-WALLERAND – “Ik kan het nog niet geloven. Straks zit ik met Papin en Zidane in dezelfde kleedkamer.” Yoann Lemaire hoest eens, “een rokershoestje”, verontschuldigt hij zich, wat hij meemaakt is het cliché van het geluk bij het ongeluk. Uitgespuwd door zijn club FC Chooz speelt Lemaire, die zich als eerste Franse voetballer outte als homo en er een boek over schreef, op 13 oktober met de Variétés Club de France. Een club van ex-topvoetballers voor goede doelen. Prijkt hij tussen de Groten van het Franse voetbal. “Ik hoop dat ze bij FC Chooz eens vijf minuten gaan nadenken.”

Een kort berichtje op pagina 31 van deze krant, 9 september, in een serie kortjes valt dit titeltje op: Homohaat bij Franse club?

Het vraagteken is een journalistiek middeltje, maar de feiten zijn eigenlijk schokkend. Yoann Lemaire, al 14 jaar voetballer bij FC Chooz, krijgt geen nieuwe licentie bij z’n club. Het bestuur zegt “beducht te zijn voor problemen tussen Lemaire en zijn teamgenoten”.

Vireux-Wallerand is op dinsdagnamiddag wat het op andere momenten van de week is: een beetje stil. Klein dorpje, de Friterie Viroquoise bakt nog niet, een heuvel verderop worden twee dikke rookwolken boven de bomen gestoten. Daar ligt Chooz. Nog kleiner, maar bekender door de kerncentrales.

Puntje Frankrijk is het hier. “We zijn helemaal omringd door België”, zegt de 28-jarige Lemaire als hij van z’n werk in een bouwbedrijf thuiskomt. België was ook even een plan in zijn hoofd toen in augustus duidelijk werd dat hij niet langer gewenst was bij FC Chooz.

Kleine club hoor, in de Division Honneur Régionale. Maar in heel Frankrijk bekend sinds Yoann Lemaire in 2009 bij Editions Textes Gais een boek liet verschijnen: Je suis le seul joueur de foot homo. Bijtiteltje: Enfin, j’étais. Dat hij dus de enige homoseksuele voetballer was.

“Toch gek”, zegt Lemaire in het huis dat hij met zijn moeder, weduwe, deelt. “Er zijn 2.300.000 aangesloten leden bij de Fédération Française de Football (FFF) en iedereen zegt dat ik de enige homo ben. Wat al niet klopt, want mijn eerste relatie had ik met een gast die ook voetballer was. We moeten dus minstens met twee zijn. Maar hij heeft zich nooit durven outen.” En in dat durven, zit de kern van Yoann Lemaires verhaal.

“Niet dat het voor mezelf wel makkelijk was”, zegt hij. “Als jongen die in Vireux opgroeide, was aanvaarden dat ik homo was niet evident. Homofilie, dat kénnen ze hier niet eens. Men verwart het met pedofilie en het is gewoon taboe.”

“Ik heb wel eens geprobeerd een vriendinnetje te hebben. Maar ik moest voor mezelf vaststellen dat ik op jongens viel. Maar thuis praatte ik er nooit over. Ook nu niet. Nooit gedaan.”

“Dat ik homo was, hebben ze via de media vernomen. Al wisten ze het natuurlijk. En mijn moeder steunt me. Voor mezelf was ik er helemaal uit toen mijn vader stierf. Ik was 21 en iets later verbrak mijn beste vriend onze band van vier jaar. We waren ongetwijfeld verliefd op elkaar, maar dat werd niet uitgesproken. Pas toen hij hier vertrok, besefte ik het. Ik was homo.”

Een homo die voetbalde, toen al, bij FC Chooz.

“Als kind begon ik hier in Vireux, maar al vlug was ik aangesloten bij FC Chooz. Toen ik er voor mezelf uit was dat ik homo was, heb ik dat daar niet eventjes omgeroepen. Maar ik besliste wel het niet te verbergen en het rustig te laten aannemen in de club.”

“Met veel humor vooral. Als mijn maten over de meisjes bezig waren, maakte ik eens een opmerking over jongens. Nog eens, met humor, grapjes en allusies makend. En dat ging heel goed. Waarom ik het wilde? Om eerlijk te zijn tegenover mes potes, mijn maten. Ik had geen vriendinnetje, zij wel.”

Dat ging goed, zeg je, maar blijkbaar is er iets veranderd. De artikels die ik in de Franse pers terugvond hebben het over bedreigingen, fysiek en verbaal. En een paar weken terug zette je club je op straat.

“Eigenlijk is het in 2005 begonnen, toen er twee nieuwe spelers kwamen. Op een groep van 60 waren dat de enigen die moeilijk deden, maar stilaan kregen ze de club mee.”

“Als Yoann speelt, dan ik niet, zeiden ze. Met die homo wil ik niet onder de douche. Dat soort opmerkingen.En de ploegleiding is ingegaan op dat rotte spelletje.”

“Ze zetten me op de bank, lieten me een hele match opwarmen om dan toch niet te mogen spelen. En als ik, van nature een verdediger, toch mocht inkomen, zetten ze me linksbuiten. Ik ging mee op verplaatsing en dan waren ze mijn licentie vergeten. Op het laatst zetten ze me in de C-ploeg.”

“Uiteindelijk is dat ontploft. In 2009 kwam een cameraploeg van France 3 een reportage maken en terwijl die bezig waren heeft een ploegmaat me gewoon uitgescholden en allerlei verwensingen naar mijn hoofd gegooid.”

Met als gevolg?

“Dat ik niet meer wilde spelen voor die ploeg, vooral omdat de club het helemaal niet voor me opnam. Weet je wat hun verdediging was? Dat ik de homofobie had veroorzaakt en dat iedereen vrij was om te denken en te zeggen wat hij wilde. Dat ze dus ook niemand konden verbieden homofoob te zijn.”

“In december van 2009 is mijn boek dan verschenen, grote persaandacht en eindelijk kon de FFF niks anders dan de neus even aan het venster te steken. Ze hebben een verzoeningsvergadering belegd met daarop FC Chooz, het gemeentebestuur, de organisatie Paris Foot Gay, de regionale FFF-afdeling van Champagne-Ardennes en mezelf.”

“Op het einde was er een akkoord: gedaan met de polemiek, super et génial, ik zou weer met mijn maten kunnen voetballen. Waar het me ook om te doen was. Maar toen ik

in juni en juli niks van de club hoorde, begon ik weer nattigheid te voelen.”

“Drie dagen voor de trainingen hervatten, werd mijn Facebook-pagina overstelpt door iemand van de club zelf: verwijten, zelfs doodsbedreigingen. Verschrikkelijk was het. Gevolgd door de brief dat ze mij geen licentie meer gaven.”

Omdat je homo bent.

“Kijk, als ik een zwarte was en ze zouden me daarom mijn licentie weigeren, dan werden ze vervolgd. Maar toen ik bij de FFF mijn beklag deed, hoorde ik alleen: er staat in onze reglementen niks over homofobie, we kunnen niks doen. In plaats van hen te ontslaan, werd ik op straat gezet.”

“Uiteindelijk is Paris Foot Gay (een organisatie die met de ‘Rode Kaart tegen homofobie’-actie de rechten van homo’s in het voetbal verdedigt, red.) met een persbericht naar buiten gekomen en sindsdien is het la folie. Mijn telefoon staat niet stil.”

Telefoons van kranten, radio, televisies. Van mevrouw Rama Yade ook, Franse staatssecretaris voor Sport, die de actie van FC Chooz veroordeelde.

“Ze heeft een plan tegen discriminatie in de sport en dat stemt me echt optimistisch”, zegt Yoann. “Ze is eerlijk.” Van Matthew Mitcham, de Australische schoonspringer die in 2008 Olympisch kampioen werd en zich als enige van dat niveau outte als homo. Van Jacques Vendroux, drijfveer van de Variétés Club de France.

Maar niet van FC Chooz. Alleen in de pers en op tv verdedigde de club zich, verweten ze Yoann Lemaire een onruststoker, zeg maar relnicht, aandachtzoeker zelfs te zijn.

“Maar waarom zou ik?” zegt hij. “Er is zelfs geïnsinueerd dat ik onder de douches andere spelers zou lastigvallen. (lacht) Jongens, een plek die na een match vuil is van de modder en stinkt naar het zweet, is voor mij niet meteen een plek waar ik passie zoek hoor.”

Het lijkt er bijna om te lachen, tot hij vertelt wat een tweetal medespelers op tv uitkraamden.

“Eén zei: ik heb in België gespeeld en daar maakten ze me op het veld uit voor vuile Fransman. Wel, ik heb toch ook niet geklaagd. En een andere, een jongen van Maghrebijnse afkomst, die toch iets van discriminatie zou moeten afweten, zei: ze schelden me uit voor bougnoul, vuile zwarte, maar ga ik daarover klagen?”

“Dat begrijp ik niet. En vooral: moet ik me laten discrimineren omdat ik toevallig homo ben? We hebben toch niet op zijn gezicht geslagen, zeggen ze ook. Daar moet ik dus nog dankbaar om zijn. Het komt er dus op neer dat ik niet tolerant ben tegen mensen die homofoob zijn.”

Ik kan me voorstellen dat je ook op het terrein en vanuit de tribunes nochtans allerlei vuils over je heen krijgt.

(blaast) “Natuurlijk, je wil het niet weten. De ergste dingen, van vuile homo tot pedofiel natuurlijk. Echt verschrikkelijk. Nu ben ik meer dan 1m80 en ik weeg in de tachtig, mij fysiek uitdagen gaan ze natuurlijk niet vlug doen. Ik heb gewoon altijd geprobeerd de knop om te draaien en beter te spelen dan de rest. Maar ik ga er niet mee akkoord dat ze me na 14 jaar buitenzetten omdàt ik homo ben.”

Hoe verklaar je dat, het is toch ook hier in de streek 2010?

“Weet je, hier in het dorp ga ik toch niet meer in een bar zitten. En openlijk een vriend hebben, dat is hier nog niet de gewoonte. Zelfs mijn moeder heeft vanalles naar het hoofd gekregen.”

“Neen, ik let zeer goed op. In grote steden zal het wel beter zijn, maar hier is de mentaliteit toch nog zo. Ik heb een goeie baas op het werk. Maar stel dat het bedrijf failliet gaat en ik moet een andere job zoeken, dan kan ik het hier in de streek wel vergeten. Want ik ben die ruzieschoppende homo.”

Maar zijn er geen medespelers in opstand gekomen? Ze zouden toch kunnen staken, bijvoorbeeld, uit onvrede met zoveel onrecht.

“Neen neen, dat zou ik zelf ook niet willen. Het WK in Zuid-Afrika heeft getoond wat een staking gedaan heeft met Les Bleus, het is helemaal foutgelopen. En bovendien wil ik niet aan het geld van die gasten zitten. Per match krijgen ze toch een aardige premie. Maar natuurlijk hebben ze mij wel laten weten dat ze niet akkoord gaan. En sommigen willen voor mij getuigen als het tot een rechtszaak zou komen.”

Ben je dat van plan?

“Neen, niet meer. Vorige week heeft de club van Vireux, waar ik als kind begonnen ben, me de kans gegeven om mee te trainen en te spelen. Dus ik ga geen rechtszaak beginnen. Uiteindelijk kost me dat alleen geld en wat gaat het opleveren? Ik wilde voetballen en dat kan ik nu.”

“De pers staat volledig achter me, de stommiteiten van FC Chooz zijn enorm belicht, dat volstaat. Ik kan alleen hopen dat de voorzitter eens vijf minuten nadenkt. Dat zijn beste spits misschien ooit homo is en dat hij dan eens bedenkt welke impact een en ander heeft.”

Hoe zwaar is het voor jou persoonlijk geweest? Je hebt een jaar lang niet gevoetbald, maar ook mentaal moet dit wegen.

“Enorm. Ik ben een hevige anti-roker, maar uiteindelijk ben ik er wel mee begonnen. Pakje per dag, makkelijk. Ik dronk al te vaak een Chimay, ik ben makkelijk acht kilo bijgekomen.”

“Het is een deprimerende periode geweest. Aanvaarden dat je homo bent, is niet evident. Goed, dat was me gelukt. Maar nu werd mijn enige echte passie, voetbal, van me afgenomen. Wat wel deugd deed, zijn de honderden mails die ik kreeg als steunbetuigingen.”

Omdat je uiteindelijk misschien toch de verpersoonlijking van de homo’s in het voetbal werd. Op de Pink Devils na, een ploeg die niet in een officiële competitie speelt, ken ik er geen.

“Via Facebook heb ik wel reacties gekregen van andere voetballers, maar niemand die zich durft te outen. Een voetballer van een ploeg in de Ardennen, mailde me: ik heb zo’n schrik dat ik zelfs met een meisje begin uit te gaan. Eigenlijk is het een ramp, zowel voor hem als voor dat meisje. Maar ik begrijp hem. En hij wil op dit moment liever voetballer zijn dan homo.”

“Een vroeger speler van Nancy, generatie Platini, heeft zich later wel geout en nu praat hij er al eens over. En in Engeland had je ooit die arme Justin Fashanu, die zich geout had en die later zelfmoord gepleegd heeft.”

“Kijk, àls een speler van hoog niveau zich zou outen, zou dat fantàstisch zijn voor al die jongeren die ermee worstelen. Het zou ook goed zijn. Ik krijg wanhopige mails van jongens van 16 jaar. En bekijk de statistieken van de zelfmoordcijfers maar eens: heel vaak zijn het homo’s. Maar voor die voetballer zelf zou het een catastrofe kunnen worden. Stel u voor dat hij eens een penalty mist. Wat hij dan moet horen?”

Een relatie heeft Yoann Lemaire nu niet. Ook dat is moeilijk, met al die media-aandacht. “Ik had een vriend, maar zijn vader was politie-agent en die mocht het niet weten. Dus is hij naar het buitenland geëmigreerd.”

Zelf heeft hij daar trouwens ooit aan gedacht. Weg uit Vireux. Elders wonen en misschien voetballen in België. “Bij jullie zouden ze toleranter zijn”, zegt hij. Maar hij bleef hier en kijk: het amateurclubje uit Vireux, in het dialect Les Routches genoemd door hun rood-witte uitrusting, liet Lemaire binnen. Dan toch, in zijn eigen dorp. Schijnt de zon toch in Vireux-Wallerand.

En op 13 oktober speelt hij met de Variétés Club de Franse in Saint-Jean-de-Luz een benefietmatch. Worden aangekondigd: onder meer Jean-Pierre Papin, Zinedine Zidane, Bixente Lizarazu en Yoann Lemaire. “We vliegen er met een privé-vliegtuig naartoe”, glimlacht hij. En gelooft het zelf amper. “Vorige week deed ik al eens mee met een selectie van zeer goeie vroegere tweedeklassespelers. Jean-Pierre Orts die vaak topscorer was, was erbij. Geweldige sfeer op de bus. Geen koptelefoons of Playstations, maar gewoon kaarten. En lol maken. Fantastisch was het.”

Dit bericht werd geplaatst in Holebi, Media, Sport en getagged met , , , , , , , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s