Het is al langer gekend dat radiopresentator en deejay Sam De Bruyn geen grote fan is van de georganiseerde homobeweging. Dat bevestigt hij nog eens in Focus Knack. Ook vertelt Sam hoe hij in Antwerpen slachtoffer werd van homofoob geweld. Dat was voor hem de druppel en hij verhuisde naar Gent.
‘IK BEN DE WANDELENDE TEGENSTRIJDIGHEID’, Tine Hens, Focus Knack, 14.07.2010
Nog een aspect van je persoonlijkheid?
De Bruyn : Ik ben de wandelende tegenstrijdigheid. Vroeger was dat nog extremer. Overdag was ik Sam die naar rock luisterde en ‘s nachts trok ik een heel ander register open. Overdag de kunstzinnige aap, ‘s avonds de glamqueen. Ook qua kleding. Ik herinner me een feestje waarop ik een knalblauwe, blinkende skinny broek aan had, puntige, groen-blauw geblokte schoenen en een fuchsia vestje met gouden pinnen. Een echte topoutfit. Dat vonden vier gasten op straat blijkbaar ook. Ik ben behoorlijk beschonken naar huis gewankeld en ben prompt in elkaar geslagen. Mijn neus gebroken en mijn oogkas verbrijzeld. Het is het moment waarop ik besloten heb Antwerpen te verlaten.
Ze vielen je aan omdat je homo was?
De Bruyn : Dat vond ik het moeilijkste om te verwerken. Die gasten kenden me niet. Het was voldoende voor hen om mij te zien om zo veel haat te voelen dat ze me in elkaar ramden. Ik wilde en kon niet geloven dat die haat bestond. Het is een vreselijk gevoel: gehaat worden om wie je bent. In Antwerpen hing dat wel vaker in de lucht. Er wonen waarschijnlijk de meeste homo’s van België en tegelijk is de haat er ook het grootst. Een beetje te dicht tegen elkaar aan over de Meir wandelen en de scheldwoorden vlogen je naar het hoofd. Hier in Gent kijken ze nauwelijks op als je hand in hand loopt. Maar zoenen op straat, neen, dat zal ik nooit meer doen. Het is het risico van een mep in je gezicht niet waard. Ook als ze me naroepen – de werkmannen hier in de straat vinden dat iedere ochtend weer grappig – moet ik me heel hard inhouden om niet terug te schelden. Ik doe het niet omdat het niets verandert en je jezelf waarschijnlijk nog meer in de hoek duwt, maar het doet me wel steigeren. Is het echt nodig om iedere ochtend ‘Hé janet!’ te gillen? Ik roep dat ook, maar nooit om een homo te kleineren.
Heeft je roep om openheid ook te maken met een roep om verdraagzaamheid?
De Bruyn : Ik predik mijn homoseksualiteit niet. Ik maak er geen geheim van, maar ik zal er niet voor strijden. Als ik de vraag krijg om peter te worden van die of die homovereniging, zeg ik neen. Ik geloof daar niet in: homo’s samen in een club. Je wil gelijke rechten en dan ga je je toch weer afzonderen? Voor mij is homoseksualiteit iets gewoons en niets bijzonders. Het zijn de fijnste mails die ik van jonge gasten krijg: dank je om het gewoon te maken. Graag gedaan.





Pingback: Sam De Bruyn met Tomas De Soete en Sofie Lemaire in het Glazen Huis van Music For Life voor Studio Brussel | Lacquemant
Pingback: Music For Life: Sam De Bruyn kent geen homo’s met hiv | Lacquemant
Pingback: 1 op de 8 holebi’s slachtoffer van homofoob geweld, Sam De Bruyn loopt niet hand in hand | Lacquemant
Pingback: Sam De Bruyn is meer dan de nichterige, lacherige dubstepjanet van Studio Brussel | Lacquemant